Het Groene Kruis

Op 1 oktober 1910 nam pastoor Von Bönninghausen voor de eerste keer contact op met het Limburgse Ondersteuningsfonds te Maastricht om te komen tot de oprichting van een afdeling van het Groene Kruis te Tienray.
Deze instelling stuurde inlichtingen en een inventarislijst, waarop de noodzakelijke medische voorwerpen en geneesmiddelen vermeld stonden.
Voor een plaats met 5.000 inwoners was daarmee destijds ƒ 300,00 gemoeid.
Voor Tienray en omgeving werd alvast voor ƒ 74,54 het allernoodzakelijkste besteld, onder andere een verbandtrommel.
Een van de medeoprichters van het Groene Kruis was Frans Janssen. Hij woonde op Spoorstraat 65 en had behalve een café ook een landbouwbedrijf en een kolenhandel.
Op 17 oktober 1911 schreef pastoor Von Bönninghausen brieven aan diverse instanties over het oprichten van een afdeling van het Groene Kruis in Swolgen en Tienray.
Op 26 oktober 1911 kwam aanvullende informatie van het Limburgse Ondersteuningsfonds uit Maastricht. In Limburg waren toen al 24 afdelingen van het Groene Kruis met in totaal 5.000 leden. Allerlei handgeschreven brochures over diverse onderwerpen werden de pastoor toegestuurd onder andere over administratief materiaal, instructie voor de magazijnbediende, voor de wijkverpleegster, een reglement op de werking der commissie van toezicht op de wijkverpleging, de kraamwijkverpleegster, de bestrijding van de volksziekten (tuberculose enz.), over ouderavonden, de inventaris en de bestellijst.
Mede dankzij het klooster werd er voor Tienray en Swolgen al vrij snel een afdeling van het Groene Kruis opgericht. Het consultatiebureau werd gevestigd in het klooster en de zusters namen de verpleging en verzorging van de zieken op zich.
De eerste voorzitter van de afdeling Tienray was burgemeester Van Haeff uit Meerlo, die al vrij snel opgevolgd werd door meester Hermans, schoolhoofd van Meerlo. Hoofddoel van de afdeling was zich in te zetten voor tuberculosebestrijding. Daarnaast belastte men zich met de verzorging van zieken aan huis, het afleggen van doden en het verstrekken van verpleegmateriaal.
De provincie en de gemeente stelden jaarlijks een bedrag ter beschikking en verder liet het Emma-fonds zich niet onbetuigd.
Op 26 januari 1913 werd tijdens een vergadering besloten, dat ook Meerlo toegevoegd zou worden aan de afdeling.
Men ging tevens proberen Blitterswijck erbij te betrekken.
In 1915 kon al via het Groene Kruis een moedercursus gegeven worden. Die kostte ƒ 60,00 exclusief de reis – en verblijfkosten van de docent en de huur van het lokaal. De kosten konden gedrukt worden, als de spreekster bij particulieren of in het klooster zou worden ondergebracht. De reiskosten bedroegen ƒ 12,30 en het verblijf bij de zusters kostte ƒ 24,00. In totaal kostte de cursus van tien lessen ƒ 96,30. Er waren dertig deelnemers, die ieder tien cent per les bijdroegen. Dat bracht dertig gulden op. Het tekort bedroeg ƒ 66,30.
In 1915 stonden er al 99 leden vermeld op de ledenlijst, die per dorp werd bijgehouden. Dat het geven van goede voorlichting nodig was, bleek wel uit het hoge sterftepercentage onder zuigelingen in onze regio in 1916.

In onze gemeente was dat 10 %, in Venray 14,5 % en Middelaar spande de kroon met 16 %. In dat jaar had de afdeling Meerlo, Swolgen en Tienray al 320 leden, één minder dan Venray. In het verslag van 1917 werd opgemerkt, dat het Groene Kruis een vereniging was, die men kon rangschikken “onder middelen ter voorkoming en verspreiding van ziekten”.
Het ledental was al opgelopen tot 342. Er vonden toen 778 bezoeken aan huis plaats en 1341 consultaties in het klooster. Er werd 39 keer ´s nachts hulp verleend. In 1917 en 1918 werden woningen en beddengoed ontsmet met het ontsmettingsmiddel “Costers Complex”.
In 1918 werden 1090 zieken thuis bezocht en bezochten maar liefst 1907 mensen het consultatiebureau in het klooster.
Het aantal nachtbezoeken was bijna verdubbeld. In 1919 kwam geen difterie, tyfus of roodvonk voor in onze gemeente. Wel stierven nog vier mensen aan tuberculose.
De zusters namen de ziekenzorg op zich tot de pensionering van zuster Reinilde (Knippenberg) in 1983. Zuster Reinilde ( 1918-1984) werd bij haar afscheid ereburger van de gemeente Meerlo-Wanssum.
In de Bernadettelaan werd een Groene Kruisgebouw gebouwd, dat tot 2012 in gebruik is geweest als consultatiebureau voor een groot gebied.