Het Groene Kruis

Op 1 oktober 1910 nam pastoor Aegon jonkheer von Bönninghausen voor de eerste keer contact op met het Limburgse Ondersteuningsfonds te Maastricht om te komen tot de oprichting van
een afdeling van het Groene Kruis te Tienray. Deze instelling stuurde inlichtingen en een inventarislijst, waarop de noodzakelijke medische voorwerpen en geneesmiddelen vermeld stonden.
Voor een plaats met vijfduizend inwoners was daarmee destijds driehonderd gulden gemoeid onder andere een verbandtrommel.
In Limburg waren destijds vierentwintig afdelingen van het Groene Kruis met in totaal vijfduizend leden. Het consultatiebureau werd in het klooster gevestigd en de zusters namen de verpleging en verzorging van de zieken op zich. Dat deden ze tot 1983, toen zuster Reinilde afscheid nam. De eerste voorzitter van de afdeling Tienray was burgemeester Van Haeff uit Meerlo, die al vrij snel opgevolgd werd door meester Hermans, schoolhoofd van Meerlo. Hoofddoel van de afdeling was zich in te zetten voor tuberculosebestrijding. Daarnaast belastte men zich met de verzorging van zieken in het ziekenzaaltje, maar ook aan huis, het afleggen van doden en het verstrekken van verpleegmateriaal. De provincie en de gemeente stelden jaarlijks een bedrag ter beschikking en verder liet het Emma – fonds zich niet onbetuigd. Op 26 januari 1913 bestond de afdeling uit de dorpen Meerlo, Swolgen en Tienray. Later kwam daar Blitterswijck bij.
In 1915 kon via het Groene Kruis een moedercursus gevolgd worden. In totaal kostte de cursus van tien lessen ƒ 96,30. Er waren dertig deelnemers, die ieder tien cent per les bijdroegen. Het tekort bedroeg ƒ 66,30. In dat jaar stonden er al 99 leden vermeld op de ledenlijst.

Dat het geven van goede voorlichting nodig was, bleek wel uit het hoge sterftepercentage onder zuigelingen in onze regio in 1916. In de gemeente Meerlo was dat 10 %, in Venray 14,5 % en Middelaar 16 %. In dat jaar had de afdeling al 320 leden, één minder dan Venray. In het verslag van 1917 werd opgemerkt, dat het Groene Kruis een vereniging was, die men kon rangschikken “onder middelen ter voorkoming van ziekten”.
In 1918 werden bijna elfhonderd zieken thuis geholpen en bezochten maar liefst 1907 mensen het consultatiebureau in het klooster. Er kwam geen difterie, tyfus of roodvonk voor in de gemeente, wel stierven nog vier mensen aan tuberculose. Aanvankelijk mochten de zusters niet op de fiets naar de patiënten. In 1920 kregen ze toestemming van bisschop Schrijnen met de woorden: Ik geef niet alleen permissie, ik wens het zelfs.
Directeur Van Els van Landbouwbelang bood later de missiezusters van het Kostbaar Bloed een fiets aan, als ze in Wanssum ook de wijk kwamen doen. De missiezusters konden op veel sympathie rekenen. Tijdens de algemene vergadering van voetbalclub T.O.P. ’27 op zondag (!) 29 mei 1938 beslisten alle aanwezige leden om op 26 juni tijdens de kermis seriewedstrijden te organiseren voor het Groene Kruis. Er kwam een wisselbeker met inscriptie. In 1954 was nog steeds sprake van dit toernooi.

Het wijkgebouw aan de Bernadettelaan.
De vereniging een eigen wijkgebouw realiseren. Het Limburgse Groene Kruis erkende, dat er dringend behoefte was aan een wijkgebouw.
Gedeputeerde Staten stelden vast dat de vereniging in een ruimte in het klooster zat die veel te krap was. Bovendien hadden de zusters die ruimte zelf nodig. Ook de Geneeskundige Inspectie had al vaker aangedrongen op een zelfstandige ruimte.
Daarom werd al op 18 december 1951 de raad gevraagd garant te staan voor de lening voor de bouw van een wijkgebouw te Tienray. De gemeente stelde, dat het van algemeen belang was, dat het wijkgebouw er zou komen. Ze stelde zich garant voor tienduizend gulden af te lossen in twintig perioden van vijfhonderd gulden.
Het zou een sober gebouw worden gelegen naast de toenmalige V.G.L.O. school. Het gebouw was vooral nodig voor zuigelingen en baby’s. Het bedoelde perceel was vier are ( 20 x 20 meter) en kadastraal bekend onder nummer C 300. Over dat perceel kreeg de vereniging het recht van opstal gedurende 99 jaar tegen betaling van één gulden per jaar.
Aangezien de bouwkosten geraamd werden op ƒ 17.000,00 moest de vereniging nog op zoek naar ƒ 7.000,00. Op 5 december 1952 stelde het Groene Kruis Limburg ƒ 8.333,00 beschikbaar. Dat was goed nieuws, net als de beslissing van de gemeenteraad om het rentepercentage met één procent te verlagen tot 3 1/2 %.
Aanvankelijk werd het gebouw verwarmd met twee potkacheltjes. Op 26 september 1966 verleende de gemeente een eenmalige subsidie van ƒ 6.500,00 voor de aanleg van centrale verwarming.
Na bijna een eeuw kwam er een einde aan de activiteiten in Tienray en werd afscheid genomen van het wijkgebouw. Enkele malen oefende de brandweer van Meerlo in het gebouw op realistische manier met het redden van mensen uit een brandende woning.
In 2014 verkocht de gemeente Horst aan de Maas het gebouw aan particulieren.