Het genadebeeld

Het Genadebeeld
Het fraaie Mariabeeld in Tienray herinnert aan de voorname volkskunst van de veertiende eeuw en is omstreeks 1350 vervaardigd. Het is een staande madonna uit eikenhout gesneden.
Zonder voetstuk is het 89 centimeter groot.
Het heeft waarschijnlijk eerst in een woning, klooster of het kasteel van Blitterswijck (?) gestaan. Het genadebeeld van Onze Lieve Vrouw van Tienray is wat stijl betreft een “Schöne Madonna”. Het kindje Jezus kijkt naar de toeschouwer en heft de rechterhand en –arm zegenend omhoog.
Het hoofd van Maria is bedekt met een sluier, van voren wat teruggeslagen, zodat de fraai golvende haren, die het voorhoofd omlijsten, er sierlijk uit komen. Maria staat op een maansikkel.
De maan staat voor wankelmoedigheid, humeurigheid en vergankelijkheid.


Deze ondeugden heeft de maagd overwonnen.
Vroeger was het beeld met wijde kleren uitgedost. Het kreeg een rood kleed aan op gewone dagen en een wit op kerkelijke feestdagen.
In 1886 werd het van die kleden ontdaan en gepolychromeerd. De scepter in de rechterhand van Maria maakte plaats voor een lelie en in de linkerhand van het kindje Jezus kwam een duifje.
Bovendien werd het aangezicht van Maria een beetje gemoderniseerd (=afgeslankt) door kunstenaar Janssen uit Venlo.
Het Mariabeeld kreeg onder pastoor Maessen een plaats op het hoofdaltaar.
Pastoor Von Bönninghausen heeft eind 1912 aan de bisschop toestemming gevraagd om het Mariabeeld opnieuw te laten polychromeren. Dat was wel nodig, want de polychromie had zeer te lijden gehad, vooral door ondoelmatig poetsen. De bisschop ging er op 2 november 1912 mee akkoord. Jos Janssen uit Venlo kwam het beeld zelf met de trein halen en zou het tijdens de reis goed ingepakt op zijn schoot houden. Ook kreeg hij de opdracht om onder het beeld, op een mooi houten voetstuk, het volgende opschrift in duidelijke letters aan te brengen: “Genadebeeld sedert 1440 alhier vereerd”.
In diezelfde periode werd het zilveren kroontje vervangen door een vergulde houten kroon, gemaakt in het atelier van professor Jos Thissen in Roermond.