Van Daal en Co

Steenfabriek “Van Daal en Co” aan de Swolgenseweg.
Op tweede kerstdag 1913 werd door de firma Van Daal en Co. uit Horst de bouw van een steenoven aanbesteed in café G. van Daal bij het station Horst/Sevenum. De eerste directeur werd Constant Dietz.
Van Daal en Co had een woning en paardenstal nodig. Die kwam aan de Meerlose Baan (thans Nieuwe Baan 13). De aanbesteding van die woning vond plaats in café J. Huijs, Spoorstraat 24 te Tienray op 11 november 1914 om 20.00 uur.

Kantoortje met op de achtergrond het klooster Tienray

Het kantoortje van de steenfabriek lag aan de Swolgenseweg en werd gebouwd door aannemer H.H. Dinghs uit Castenray.
Het tramlijntje liep links voor de beplanting richting Nieuwe Baan.
In april 1921 vroeg Van Daal en Co. een bouwvergunning aan voor een woning met kantoor aan de Swolgenseweg, die er nu nog staat.

De kleiroute
De tramlijn van Van Daal begon bij de huidige Leemberg en liep over de huidige Nieuwe Baan via de Kloosterstraat naar Meerlo. Voor de brug maakte de lijn een bocht naar rechts over de Dorpbroekstraat richting Megelsum, naar de afgraving bij boerderij Joosten. In de beginjaren trokken paarden de tram, maar in 1916 werd overgeschakeld op een stoomlocomotief. Die haalde een snelheid van dertien kilometer per uur.
Vanaf toen maakten veel inwoners van Tienray en Meerlo bij de gemeente bezwaar tegen de concessie voor de tramlijn. Door die stoomlocomotief moesten de aanwonenden van de lijn meer premie voor de brandverzekering betalen. De heg bij het klooster was zelfs een keer door de vonken in brand gevlogen. Door de ligging van de rails was de waterafvoer op sommige plaatsen slecht. Er kwam ook veel protest tegen de uitstoot van stoom en kolendamp van de locomotief. Het gemeentebestuur reageerde razendsnel en op 28 april 1917 werd de concessie voor de stoomlocomotief ingetrokken.

Op de Swolgenseweg

Omdat de concessie ingetrokken werd, werd weer tijdelijk gebruik gemaakt van de paarden.
In 1920 kwam de route van een nieuwe lijn klaar. Die liep vanaf de leemberg aan de Nieuwe Baan over de Zwanenweg. Via de Donkerhofsteeg kwam men op de Kleiweg. De lijnen van beide steenfabrieken lagen elk aan één kant van de weg. De spoorbreedte verschilde vijftien centimeter.
De lijn van de Boerenoven ging naar de Keuter en rechtsaf naar de Swolgense Sintelweg en die van Van Daal ging linksaf naar Megelsum.
Na verloop van tijd is van dit systeem afgestapt en werden verwarmde droogloodsen gebouwd en konden de arbeiders het hele jaar door werken.
Een heuse staking
Op 25 mei 1934 werd een “conferentie” (bespreking) gehouden en werden de volgende eisen op tafel gelegd:
1. Er moet een arbeidsovereenkomst komen overeenkomstig de regeling in de Limburgse klei-industrie.
2. Er dient aan de regeling voor de streek vastgehouden te worden voor wat betreft de lonen en tarieven.
3. De kinderbijslag moet terugkomen

September 1913 vond een aanbesteding plaats voor het vervoer van vijfentwintig wagons metselstenen vanaf station Tienray naar de bouwplaats aan de kiezelweg naar Horst. Op woensdag 25 februari 1914 werd een kantoor met bedrijfswoning gebouwd.
In januari 1914 besteedde “De Boerenoven” drie woonhuizen onder één kap aan voor het onderbrengen van de arbeiders. De huizen kwamen aan de Nieuwe Baan en werden in de volksmond bekend als “de vier huus”. Oorspronkelijk waren het drie woningen en een paardenstal. Een paar jaar later werden de paarden ingeruild voor een locomotief en werd van die stal ook een woning gemaakt. De architect van dit alles was J. M. Keijzers uit Horst.
Aanvankelijk werden de gevormde stenen (groenlingen) buiten op de grond te drogen gelegd, in de open lucht. Bij hevige regen ging alles verloren. In 1930 waren er zeven droogloodsen en ook enkele privaten (toiletten) voor de werknemers.
Vanaf 1921 mochten alleen georganiseerde arbeiders op de steenfabrieken werken. Iedereen moest dus lid worden van de vakbond. Omstreeks 1930 waren er bij de Boerenoven vijfendertig arbeiders in dienst. Het loon was voor een groot deel afhankelijk van het aantal gewerkte dagen. Als er niet gewerkt werd werd er niet betaald bijvoorbeeld bij ziekte, slechte weersomstandigheden en dergelijke. Er waren stokers, die 365 dagen per jaar werkten en voor die tijd een goed loon kregen van meer dan duizend gulden per jaar. Deze mensen werkten dag en nacht, dag in dag uit.
De kleitram
Op 30 augustus 1913 kwam bij de gemeente een verzoekschrift binnen voor de aanleg van een tramlijn voor de Boerenoven. Die tramlijn zou lopen langs het huidige speelterreintje, Pastoor Maessenstraat, Zwanenweg, Donkerhofsteeg, Kleiweg, Keuter en Gun.
De tramlijn l