Intussen was Tienray in 1927 verheven tot rectoraat.

Intussen was Tienray in 1927 verheven tot rectoraat.
Pastoor Op de Coul van Swolgen had ƒ 700,00 aan de rector van Tienray gegeven voor deze statie. Maar de kosten bedroegen inmiddels ongeveer ƒ 1100,00, zodat nog ongeveer vierhonderd gulden uit de toch al niet rijk voorziene kas van het rectoraat moest worden bijbetaald.
H
et kerkbestuur van Tienray vroeg op 2 januari 1933 toestemming voor het bouwen van een nieuwe stenen brug over de Groote Molenbeek. De brug moest 6 meter lang zijn, 2,20 meter breed en minimaal 1,40 meter boven de waterspiegel. Gedeputeerde Staten gingen akkoord. Op de leuning kwam een beeld van Johannes Nepomucenus (Nepomuc).
Johannes Nepomucenus (1350-1393) werd priester in 1380. Hij weigerde te vertellen, wat de koningin gebiecht had. Op last van koning Wenceslaus van Bohemen werd hij daarom zwaar gefolterd. Daarna werd hij aan handen en voeten gebonden en vanaf de Moldaubrug in Praag in het water gegooid. Op 16 mei 1721 werd hij heilig verklaard door paus Benedictus XIII.


De heilige staat afgebeeld met de vinger op de mond en is de patroonheilige van de biechtvaders. Het beeld op de brug in Tienray en de brug werden in 1944 verwoest. Dat mooie brugje heeft er slechts tien jaar gelegen.
Tijdens het pastoraat van pastoor Geurts (1955-1980) is de grond waarop de eerste drie staties van deze tweede locatie stonden, verkocht voor huizenbouw. Opvallend was, dat het kerkbestuur ook kans zag een perceel van twee aren te verkopen, dat van het Waterschap “Peel en Maasvallei” was. Men hechtte in die jaren niet sterk aan de grote cultuur – historische waarde van de kruisweg. Zo kon het gebeuren dat de eerste statie met reliëf als fundament voor een garage diende. De andere twee staties bleven voorlopig nog in de tuinen staan. Wiel Nabben zag de godsdienstige en culturele waarde van de kruisweg wel in en protesteerde tegen de gang van zaken in 1978 door met een wagen deel te nemen aan de carnavalsoptocht. Op de wagen stond vermeld, dat Jezus al bij de eerste statie in het graf werd gelegd, in plaats van bij de veertiende. Het bleef lange tijd zoals het was tot het kerkbestuur met de ruilverkaveling Melderslo te maken kreeg als eigenaresse van enkele percelen grond.
Uit een brief van de landinrichtingscommissie van 30 mei 1994 bleek, dat de heer Nabben, als vertegenwoordiger van het kerkbestuur (nog steeds van de heilige Lambertus) een voorstel ingediend had tot reconstructie en restauratie van de kruisweg.
Door de Landinrichtingsdienst werd summier de situatie beschreven. Daaruit bleek, dat van alle kapelletjes de nummers II en III op particulier terrein stonden.
De nummers IIII, V en VI stonden langs een oud laantje, dat eigendom was van het kerkbestuur. Nummer VII was langs Over de Beek te vinden en de staties VIII en IX langs de Burgemeester van den Berghlaan. De overige staties waren verwijderd, opgeslagen of verdwenen. Alle kapelletjes zouden in meer of mindere mate gerestaureerd moeten worden.
Het voorstel van de Landinrichtingsdienst luidde: In het kader van de ruilverkaveling kan een deel van het landschapsplan en een deel van het onderhoudsplan gebruikt worden om een nieuwe kruisweg aan te leggen. De landinrichtingscommissie kan bijdragen door grond en beplanting beschikbaar te stellen en te helpen bij het maken van een plan. De bouwkundige kosten dienen echter door derden te worden gedragen, inclusief het opnieuw plaatsen van de staties. De gemeente en de parochie kunnen wellicht bijdragen in de kosten. Overleg met het waterschap zal nodig zijn, als langs het onderhoudspad staties geplaatst zullen worden. In ieder geval zal het onderhoudsplan onderdeel van de route kunnen worden met een haagbeplanting op de grens.
Het plan was ontwikkeld door mevrouw ir. L. van Santen. Volgens de commissie zouden veel werkzaamheden verricht moeten worden. Allereerst zou het bestaande laantje opgeknapt moeten worden. De haagbeplanting zou gerestaureerd en bij geplant moeten worden. De vlieren en braamstruiken, die welig tierden, zouden verwijderd moeten worden.
In plaats daarvan moesten nog enkele berken geplant worden en moest er onderbegroeiing aangebracht worden, waarbij gedacht werd aan varens en klimop. Uiteraard zouden de twee kapelletjes herplaatst worden.
Het kerkbestuur kreeg toestemming om het onderhoudspad in te richten als route, respectievelijk deel van het kruiswegpark met een beukenhaag op de grens.
Het landschap zou hetzelfde karakter krijgen als het bestaande laantje met een berkenbosje met onderbegroeiing, haagbeukenhaag alsmede een zandpad eventueel met houtsnippers. De wegen Over de Beek en de Burgemeester van den Berghlaan bleven als onderdeel van de kruisweg gehandhaafd.
Op 9 augustus 1994 kreeg het kerkbestuur een legaat van mevrouw Crijnen – Peters. Dat geld werd aangewend voor de kruiswegstaties. Door dit legaat werden de financiële risico´s voor een groot deel afgedekt. Bij de milde gevers kwam later ook de Stichting Kruisen en Kapellen in de gemeente Meerlo-Wanssum, die op 26 augustus 1998 een subsidie verstrekte voor de restauratie van de staties van ƒ 500,00 per statie, hetgeen in totaal neerkwam op ƒ 4.500,00. Door deze financiële basis kon men aan de slag.
In december 1994 werd overleg gevoerd bij Wiel Nabben.
Aanwezig waren: pater Godfried Egelie, dokter Holthuis van de Stichting Kruisen en Kapellen in Horst, de heer Custers (monumentenzorg provincie Limburg) en de heren Wiel Nabben, Chris Hendriks en Piet Dinghs namens het kerkbestuur. Het advies van de heren Godfried Egelie en Holthuis luidde: Pak de zeven bestaande staties aan en bouw één nieuwe. Daarna moet men pas de overige bouwen, waarvan eventueel twee in de kerk”.
Pater Godfried Egelie adviseerde om het regionaal aan te pakken om eventueel sponsors te vinden.
Daarna werd een wandeling langs de bestaande staties gemaakt. Het was duidelijk, dat er veel werk wachtte. In de vergadering op 13 december 1994 zegde de gemeente haar medewerking toe. In januari 1995 werd een bijeenkomst belegd in het gemeentehuis, waarbij wederom bovenstaande heren aanwezig waren. Verder waren nog aanwezig: burgemeester Joep Hahn, de heren Arnold Jacobs en Sjaak Wijnhoven namens de Stichting Kruisen en Kapellen Meerlo-Wanssum. De burgemeester drong er bij de betrokkenen op aan, de grond in eigendom te krijgen zoals ook burgemeester A van Haeff in 1910 het adviseerde. De gemeente zou alle medewerking verlenen bij het wijzigen van het bestemmingsplan.
Bij de inrichting en plaatsing van de staties kon de gemeente hand- en spandiensten verlenen. Subsidies werden niet toegezegd.
In verband met het benodigde perceel grond zou Wiel Nabben contact opnemen met de ruilverkaveling en de heer Jan Lambert (Lei) Zanders, Over de Beek 13. De hoop werd uitgesproken, dat het park in 2000 klaar zou zijn.
Op 23 juni 1995 maakte notaris Mr. Mathijsen een concept koopovereenkomst betreffende het perceel grasland van de heer Zanders gevolgd door een tweede versie op 20 juli 1995. Op 31 juli 1995 ging Zanders akkoord met de verkoop van de grond.
Op 31 augustus 1995 beschreef de notaris de grondaankoop van perceel C 1044, groot 00.33.40 hectare. Bij de verkoop hoorden niet twee palen met daarop bevestigd een bord met de tekst “Verboden toegang, Art. 461 Wetb. Van Strafrecht”. Tevens mocht er geen kikkerpoel aangelegd worden.
Op 4 maart 1996 werden de funderingen voor de tweede en derde kruiswegstatie uitgegraven en gestort. De firma Pingen uit Tienray leverde staalmatten, bakstenen en kalkzandstenen en verschillende vrijwilligers maakten alles klaar om de kapelletjes degelijk neer te kunnen zetten.
Op 2 april 1996 werden de tweede en derde statie met een telescoopkraan en vrachtwagen door de firma Van Rattingen verplaatst. Tienraynaar Henk Derikx was de machinist van de kraan, die een capaciteit had van maar liefst 35 ton.
Daarbij deden de volgende vrijwilligers van zich spreken: Wiel van Berlo, Tinus Coenders, Piet Dinghs, Wiel Nabben, Nellie Nabben-Peeters, Sraar Reijnders. Dit alles onder het toeziende oog van Guus Knoops jr. Alles werd behalve op foto op video vastgelegd door de heer Harrie Versteegen met zijn onafscheidelijke dalmatiër.