Het kleuteronderwijs

In het klooster vestigden zich in 1910 drie zusters uit Aarle-Rixtel. Zij begonnen een bewaarschool voor een dertigtal kinderen van 4 tot 6 jaar. Dat was uniek in de omgeving. Deze school was niet alleen bestemd voor de kinderen van Tienray, maar ook voor de kleuters van Meerlo en Swolgen. In een krantenbericht stond over deze school: “Zulk een school is een zegen voor het platteland”.
Aan de school waren twee gediplomeerde zusters werkzaam.
De bewaarschool, de voorloper van het kleuteronderwijs, had twee lokalen met als afmetingen: 7 x 8 x 4 (hoogte) en 4 x 6 x 3. Het hoofd was in 1915 zuster Amalberga. Haar salaris bedroeg
ƒ 300,00 per jaar. Er kwamen twee jongensprivaten (pisbakken) bij de school voor de kleuters.

Het manneke met korte broek en wit shirt is Derks.

Op de school waren gemiddeld 36 leerlingen. In de zomer 41 en in de winter 30. Er werden lessen volgens de methode Fröbel gegeven als voorbereiding op het lager onderwijs.
De bewaarschool werd in de beginjaren uit eigen middelen betaald. De bisschoppelijke inspecteur adviseerde de gemeente een vergoeding te geven van ƒ 6,00 tot ƒ 8,00 per kind.
Pas in 1928 kwam er een bewaarschool in Swolgen. De zusters uit Tienray gingen er les geven evenals in Blitterswijck en Meerlo. De kleuters van Meerlo zijn tot de oorlog in Tienray naar school gegaan.
Daarna gingen de zusters les geven in de nieuw opgerichte kleuterschool in Meerlo. Pas in 1950 trokken de zusters zich daar uit het onderwijs terug. Op de bewaarschool in Tienray waren in 1948 56 kinderen en in 1954 nog 43. De kleuterschool was in het klooster ondergebracht tot 1966. In dat jaar werd er aan de Johan Hofmanstraat een nieuwe school gebouwd, die in 1986 werd afgebroken.